De band is een composiet, dat wil zeggen een samenvoeging van materialen met verschillende eigenschappen waarvan de vervaardiging erg nauw luistert. Als we een autoband doorsnijden, lijkt deze uit één geheel te bestaan. Door het vulkaniseren (chemisch uitharden) is het moeilijk om verschil te zien tussen de oorspronkelijke delen waaruit de band is opgebouwd. De samenstelling ervan is afgestemd op hun functie.

De belangrijkste delen van een band zijn:

Voering
Banden worden doorgaans zonder aparte binnenband uitgevoerd. De binnenzijde van de autoband is luchtdicht gemaakt door een butylrubber.

Karkas
De basis van elke band is het karkas. Afhankelijk van het type autoband bestaat het karkas uit één of twee lagen kunststofvezels (polyester of rayon) ingebed in rubber. Een dergelijke laag noemen we een ply-laag. In een radiaalband liggen de vezels in de ply-lagen dwars op de rolrichting van de band.

Hielen en hieldraden
Het omleggen van een autoband om de velg is een karwei dat bijna niet met de hand kan worden gedaan. De reden is dat een band uiterst strak om de velg moet liggen om de krachten van remmen en accelereren over te kunnen brengen zonder op de velg te slippen. Ook moet de afdichting luchtdicht zijn. De benodigde stevigheid wordt geleverd door staatdraad; dit wordt de hiel genoemd.

De kern van de hiel is een pakket verbronsde en berubberde staaldraden. Dit pakket wordt in een omslag van het karkas gevouwen. Om dit goed te laten aansluiten, zonder luchtinsluiting, wordt op het dradenpakket een vulstrook aangebracht. Het harde, stugge rubber dat voor de vulstrook wordt gebruikt, geeft extra steun en stevigheid. Bij sportieve banden levert een hoge hielvulstrook ook een bijdrage aan de spoorstijfheid.

Zijkanten
De zijkanten van een band vangen trillingen, schokken en stoten op en beschermen het onderliggende karkas. Door te vervormen zorgen de zijkanten dat het loopvlak ook in de bochten goed contact met de weg houdt. Zijkanten bestaan uit twee rubbermengsels: stug rubber dat met de velg in contact komt en zacht rubber, dat bepalend is voor het rijcomfort. Speciaal voor lichtmetalen velgen wordt de zijkant van de band veelal voorzien van een extra velgrandbescherming.

Gordels
Op de band werken de volgende krachten:
- zijwaarts gerichte kracht in een bocht;
- middelpuntvliedende kracht bij snel ronddraaien (hoge snelheid);
- indeuken op een hobbelige weg.

Om deze krachten op te vangen bevinden zich tussen karkas en loopvlak 2 gordellagen. Een gordel bestaat uit staaldraden ingebed in rubber. De gordels vormen samen met het loopvlak één stijf geheel, dat vrijwel niet kan vervormen. Het houdt daardoor onder alle omstandigheden optimaal contact met het wegdek. Om dit effect te bereiken, maken de staaldraden een hoek met de rolrichting en liggen de gordellagen kruizelings op elkaar. Soms ligt een extra cap ply (overhead) van berubberd nulon op de gordellaag. Het nylon krimpt tijdens latere bewerkingen en versterkt de gordellaag. Dit is voornamelijk nuttig voor het rijden met hoge snelheid.

Loopvlak
Het loopvlak verzorgt het contact met de weg. Het loopvlakrubber moet slijtvast zijn en ook voldoende grip op de weg hebben om krachten die optreden bij verandering van snelheid of richting op te vangen. Het profiel moet berekend zijn op het afvoeren van grote hoeveelheden regenwater.